Publieke ruimte

Het voormalige sev (stichting experimenten volkshuisvestig) is een aantal jaren terug een programma gestart rond publieke ruimte. Niet die in centrumgebieden, binnensteden, maar gewone woonbuurten, parken, verkeersknooppunten. Die publieke ruimte staat onder druk. En dat is jammer.

Want de stedelijke openbare ruimte is de plek voor ontmoeting van kenniswerkers, de creatieve klasse. Hoge kwaliteit van pleinen, parken, buurten in steden verklaart deels de aantrekkelijkheid van steden.
Bovendien is de kwaliteit van de buitenruimte met name belangrijk voor hen die weinig alternatieve publieke ruimte hebben.  Met de bezuiniging van buurthuizen en buurt-bibliotheken etc, is deze buitenruimte nog belangrijker voor kinderen, ouderen en inactieven.

Kortom: aantrekkelijke buitenruimte is van belang om als stad een thuis te zijn voor kenniswerkers en tevens belangrijk voor goed functionerende ontmoetingsplek voor kwetsbare stedelingen.

Het programma heeft geleid tot een mooie publicatie te vinden bij Platform31. De afsluitende bijeenkomst van dit programma werd gehouden in Den Haag.

Er werden drie gemeentelijke projectleiders gevraagd naar hun ervaring. De kern voor hen alle drie zat in participatie. Echt luisteren en in gesprek gaan met bewoners wat zij wilden met de ruimte. Ook de continuïteit (zelfde contactpersoon bij de gemeente) en 24/7 bereikbaarheid werden als belangrijke succesvoorwaarden voor bewoners genoemd.

De ervaring was daarnaast dat het helpt als collega-experts een keer meegaan naar het gebied. Er vallen altijd dingen op die jezelf niet meer ziet, of niet meer bij stilstaat. Zo’n expertbezoek is dan ook nadrukkelijk onderdeel van het programma geweest. Zelf heb ik onder andere meegekeken bij een schoolplein-dak in Haarlem en oa het bezoek aan het Willem Alexanderplantsoen in Beverwijk.

Genoeg meerwaarde van zo’n expert-bezoek dus om tijdens de slotbijeenkomst ook twee plekken te beoordelen en tips mee te geven aan de gemeente. In dit geval Den Haag, waar we in de stationsbuurt stil stonden bij de Bazaar en het Oranjeplein. Ik zat in een groep rond het Oranjeplein.

Het oranjeplein is redelijk grijs (grint) een leeg/overzichtelijk. Dat komt ook een beetje door de tijd van het jaar (bladerloze bomen), maar vooral door het ontbreken van struiken en bloemperken.

Er is een speelgoed-uitleen (Haags Hopje) en een gebouwtje waar nu een keuken in gemaakt wordt. Het Wijkbeheersbedrijf moest het beheer opgeven, de bewonerswerkgroep is uit elkaar gevallen.

Maar er is wel activiteit: het is een Krajeck-sportplek, er wordt op gespeeld vanuit de nabij gelegen scholen, wordt flink gebruikt door kinderen en moeders (op mooie buitenspeeldagen wel 200 werd verteld). Het hek gaat ’s avonds dicht; anders komen er jongeren “hangen”.

We hebben diverse tips gegeven (waterspeelplek; damborden voor vaders, kruidentuin voor bij de keuken, muziekplek etc). Maar de kernvraag die ik bleef houden was: waarom een plein nastreven dat meer reuring, ontmoeting van alle bewoners behelst als het nu prima voldoet voor een specifieke doelgroep? Want: voor de reuring hoef je toch alleen maar het hek open te laten en de jongeren komen er blijkbaar ’s avonds gezellig samen. Oftewel: ook hier gold weer: eerst vragen aan de bewoners wat zij willen en met hen uitdenken of dat mogelijk is.