Gebiedsontwikkeling duurt lang; een hele schoolperiode

Gebiedsontwikkeling gaat niet van vandaag op morgen. Alleen al het bouwen duurt een hele tijd. Neem de bouw van de Spoorzone in Delft. Volgens de informatie van het projectbureau duurt het ruim 10 jaar. De tunnelbouw is gestart in het najaar van 2009 en hopelijk rijden de eerste treinen in 2015. Volgens planning zou de laatste nieuwbouw (woningen, kantoren en het nieuwe station/stadskantoor) in 2020 klaar zijn.

Dat betekent dat er kinderen zijn die hun hele lagere schoolperiode het bouwen kunnen zien, en ervaren. Kinderen die moeten omfietsen via weer een andere route.
Kinderen die als kleuter ademloos kijken naar “Bob de Bouwer” en bij het verkeersexamen in groep 7 al weten dat ze heel goed allerlei borden moeten lezen.
Kinderen die bij het net naar school gaan, dromen over Thomas de Trein en voor de citotoets hopen dat het slopen van het viadukt niet te veel lawaai maakt.

Misschien zorgt het bouwen zo vlak onder de kinderogen wel voor bevlogen architecten-in-spe, of voor civiel ingenieurs en ontwerpers openbare ruimte. Misschien kan er uiteindelijk in het spoorzonepark iets komen dat deze kinderen zelf bedacht hebben. Dat zou mooi zijn!
Maar voorlopig wordt er vollop gebouwd aan de eerste twee tunnelbuizen. De inrichting van het nieuwe openbare gebied is nu nog niet aan de orde.

De Werkplaats Spoorzone Delft (WeSD) is een burgerinitaitief, dat invloed wil uitoefenen op de kansen die de Spoorzone biedt. Kansen zijn er op volop. Om mensen betrokken te houden bij het bouwproces streven we naar culturele projecten, discussies, participatie activiteiten etc. Niet alleen voor volwassenen, ook voor kinderen.
Laten we bijvoorbeeld hopen op mooi weer aanstaande zaterdag voor het veligheidsfestival bij woonboulevard leeuwestein.

Daarnaast zag ik laatst de resultaten van de Spooracademie. De stichting Buitenste Boven heeft met prachtig materiaal een manier gevonden om kinderen (bovenbouw) te leren wat dat nou is, zo’n project als Spoorzone. Met een klapper vol uitleg, beelden en vragen, kunnen kinderen stilstaan bij wat er echt buiten gebeurt.

Maar dat is nog niet alles. De kinderen worden ook uitgedaagd zelf na te denken over het project. Dat doen ze vanuit verschillende rollen bij de gebiedsontwikkeling: stedenbouwer, civieler, kunstenaar, landschapsarchitect.

Beroepen die een gemiddeld kind van 10 waarschijnlijk niet (allemaal) kent. Dat nadenken over het project leidt tot een gebiedsontwikkeling in het klein. Prachtig hoe je met lego, allerlei materiaal en creativiteit zichtbaar ziet dat kinderen ook aan dubbelruimte gebruik kunnen denken! Zie maar:

(voor de Delftkenners: de molen is links achter in beeld; zouden de bruggetjes conform vdWedden-norm zijn? ; en maar ik weet niet of rechts het stadskantoor bedoeld is….
Of denk ik te veel vanuit de bestaande plannen en is het totaal anders bij deze kinderprojectgroep?)