.

Onderzoek

Onderzoek gemeentes en kindvriendelijke openbare ruimte

Wat zijn de belemmeringen voor gemeentes om te investeren in buitenspelen en dus in een kindvriendelijke buitenruimte? Die vraag stond centraal in het onderzoek dat ik deed in het kader van de Master City Developer aan de Erasmus universiteit (afgerond september 2012). De volgende onderzoeksvragen stonden centraal:

1.    Hoe kun je de gemeentelijke besluitvorming modelleren?
2.    Wat is de functie van de openbare ruimte in woongebieden? Wat is kindvriendelijke openbare ruimte; hoe meet je die?
3.    Waarom zouden gemeentes kindvriendelijke buitenruimte maken? Zijn er verklarende elementen bij dit keuzeproces?

Deze vragen beantwoordde ik door literatuuronderzoek te doen en een online enquête te houden onder gemeentes. Daarop kwamen 177 reacties van ambtenaren en wethouders, in totaal reageerde 37% van de Nederlandse gemeentes. Uit het onderzoek volgde een aantal aanbevelingen.

Over dit onderzoek heb ik in oktober 2012 een presentatie gehouden voor de BNA kring Haaglanden. De presentatie is hier te downloaden: BNA25-10-12.
In het de uitgave Real Estate Magazine van april 2013 kun je meer lezen in een artikel over het onderzoek (p 15-17).

Gemeentelijke besluitvorming
Uit het literatuuronderzoek bleek dat er geen afdoende model bestond voor de gemeentelijke besluitvorming.  Vooral de combinatie van rationele en politieke elementen miste. Voor dit onderzoek heb ik daarom een besluitvormingsmodel ontwikkeld.
Dat model gaat uit van verschillende stromen die aan de orde zijn bij de besluitvorming; problemen, oplossingen en randvoorwaardes. Binnen deze stromen spelen argumenten (rationele elementen) en belangen (niet-rationele elementen) een rol. De stromen lopen van de waargenomen situatie naar de gewenste situatie.

Kindvriendelijke openbare ruimte
Daarnaast is aan de hand van de literatuur ingegaan op de verschillende methodes om de kindvriendelijkheid van de buitenruimte te beschrijven of meten. Hiervoor bleek er geen eenduidige methode te bestaan. Of de buitenruimte kindvriendelijke wordt gevonden, heeft alles te maken met de opvatting over kinderen en over de rol van de openbare ruimte.

Over de rol, de functie, van de openbare ruimte zijn verschillende opvattingen te vinden in de wetenschappelijke literatuur. Tegenwoordig is de openbare ruimte als plek waar spontane ontmoeting in plaatsvindt (gelieerd aan kennisontwikkeling en de kenniseconomie) belangrijk. Al eerder werd de verblijfskwaliteit, het leven op straat, belangrijk geacht voor de vorming van een samenleving. Ondanks deze opvatting lijken veel woongebieden vooral ingericht voor het goed afwikkelen van autoverkeer en parkeren.

Over de opvatting over kinderen is in de literatuur een tegenstelling beschreven tussen ‘het kwetsbare kind’ en ‘het weerbare kind’. Een focus op het kwetsbare kind richt zich op het voorkomen van risico’s, ongewenste ervaringen en het beschermen van de onschuld. De opvatting dat kinderen weerbaar zijn, gaat er vanuit dat kinderen groeien door ervaringen. De kans op ervaringen bieden is dus belangrijk en  je moet kinderen niet klein willen houden. Bij de opvatting ‘kwetsbaar kind’ past het ombouwen van woonerven naar 30 km/u straten en het regelen van spelen op speelplekken waar kinderen samen met ouders naar toe gaan.

Er zijn dus verschillende opvattingen rond kindvriendelijke buitenruimte. Uit de enquête bleek dat krap 15% aangeeft dat de gemeente een visie heeft op de kindvriendelijkheid van de gemeente. Tegelijk gaf ruim 85% aan dat de gemeente een visie op groen heeft.

Uit de literatuur en het internetonderzoek zijn diverse argumenten naar voren gekomen waarom een kindvriendelijke buitenruimte goed en belangrijk is. Van argumenten gericht op de gezondheid van kinderen, burgerschapsvorming en verblijfskwaliteit tot een inrichting waardoor het autogebruik wordt terug gedrongen. De laatste type argumenten zijn samen te vatten met ‘als de buitenruimte goed is voor kinderen, is het goed voor iedereen’. Om een overzicht te krijgen in deze argumenten ontwikkelde ik daarom een argumentenkaart voor een kindvriendelijke buitenruimte. Deze is ook opgenomen in een hand-out gemaakt voor het tweejaarlijkse congres Child in the city:  Hand-out_Zagreb_NL1 .

Inzicht in gemeentelijke keuzes
De online enquête geeft veel inzicht in de gemeentelijke praktijk. Zo bleek dat veel gemeentes kiezen voor een beheer van de openbare ruimte gericht op schoon-heel-veilig. De spontaniteit, afwisseling of wat bewoners willen met de buitenruimte nemen zij minder mee.

Om inzicht te krijgen welke belangen belangrijk gevonden worden door gemeentes, zijn doelgroepen voorgelegd. Hieruit wordt aangegeven dat voor gemeentes ‘bewoners’ en ‘kinderen’ en daarna ‘fietsers en voetgangers’ de belangrijkste doelgroepen zijn bij keuzes rond de openbare ruimte in woongebieden.

Te lang tv kijken
Op de vraag waarom kinderen minder buitenspelen werd duidelijk dat de gemeentes denken dat het aan andere dingen ligt dan de inrichting van de buitenruimte. Van hen geeft 64% aan te denken dat kinderen minder buiten spelen omdat zij van hun ouders lang tv mogen kijken of achter de computer zitten. Ook dacht 28,8% dat kinderen het te druk hebben en daarom minder buitenspelen.

Buitenspelen is gezond
Buitenspelen en –bewegen voor kinderen wordt wel belangrijk gevonden. Vooral voor de gezondheid en beweging van kinderen vinden zij dit van belang; 91,4% geeft aan dat buitenspelen (zeer) belangrijk is voor de gezondheid van kinderen. Ook de andere voorlegde argumenten werden door ruim 70% van de respondenten als (zeer) belangrijk aangemerkt.

Probleem inrichting buitenruimte wordt niet gezien
Dus kinderen zijn een belangrijke doelgroep (belang) om rekening mee te houden, buiten spelen en bewegen wordt belangrijk gevonden (argument), maar de belemmeringen in de huidige situatie liggen volgen deze enquête niet of maar zeer beperkt in de inrichting van die woonomgeving. Om het in de termen van het besluitvormingsmodel uit te drukken: er wordt geen probleem gezien.

Natuurlijk waren er wel wat verschillen tussen groepen respondenten te ontdekken. De antwoorden zijn vergelijken op basis van de stedelijkheidsklasse van de gemeentes. Een gemeente als Beverwijk is daarmee stedelijk (klasse 1), waar een gemeente als Nijkerk tot niet-stedelijk (klasse 4) behoort. Mensen die in een stad werken zien meer problemen voor kinderen om buiten te spelen en te bewegen. De verschillen tussen de antwoorden over speelnatuur en beweegruimte zijn het duidelijkst. In stedelijke gemeentes is er volgens dit onderzoek onvoldoende speelnatuur en nodigt de buitenruimte minder uit tot beweging.

Hieronder een plaatje van een groen schoolplein en een grafiek gemaakt op basis van de enquête. Je ziet er in dat de niet-stedelijke gemeentes (klasse 4 en 5) veel vaker aangaven het (zeer) eens te zijn met de stelling dat er in de gemeente voldoende groene schoolpleinen en speelnatuur zijn (p = 0,000).

Aanbevelingen
De resultaten van het onderzoek maken het probleem veel duidelijker. Als gemeentes het probleem niet zien, zullen ze geen deel worden van de oplossing. Op basis van de uitkomsten formuleerde ik een aantal aanbevelingen. Jantje Beton, sponsor van het onderzoek, neemt deze mee in het maken van haar beleid.

1.    Van speelplekkenbeleid naar speelruimtebeleid
– Na bewoners en kinderen zijn fietsers en voetgangers de belangrijkste doelgroep voor gemeentes bij keuzes rond de openbare ruimte. Dat kan gebruikt worden bij het pleiten voor speelbare openbare ruimte en veilige fietsroutes.

2.    Beleid op kinderparticipatie
– Weinig gemeentes formuleren een visie op kinderparticipatie. Terwijl participatie is opgenomen in het kinderrechtenverdrag, waaraan gemeentes uitvoering moeten geven. Met de kinderen nadenken over de buitenruimte brengt betere oplossingen in beeld en zorgt voor mentaal eigenaarschap.

3.    Buitenspelen als alternatief voor tv kijken/computer
– Gemeentes verwachten dat kinderen niet buitenspelen door de tv/computer. Buitenspelen moet dan als (leuker) alternatief worden opgepakt.

Meer informatie:

Bekijk hier  het complete onderzoek ‘Waarom niet? Gemeentes en kindvriendelijke openbare ruimte.’ (te downloaden via de speciale pagina).
Heb je vragen, neem dan gerust even contact op.

Twitter: annekoningdelft

nieuwe stedelijkheid op het bord

21 januari 2016

Natuurlijk dringen nieuwe ontwikkelingen ook door tot het verkeersbord. Gelukkig maar. Waar er aan de ene kant volop gesproken wordt over bakfiets-wijken, komen er ook bakfiets-parkeerplaatsen. Ik liet …
Lees verder

Klimmen in de lantarenpaal?!

23 september 2015

Tieners zijn een soms wat vergeten groep; geen kind en geen jong-volwassene. Sommigen zitten nog in de laatste groep van de basisschool, anderen in de eerste leerjaren op …
Lees verder

Brievenbussen

31 mei 2015

Op de laatste vergaderdag van de Eerste Kamer (periode 2011-2015), op 26 mei 2015, is een motie van mijn hand aangenomen. Hierin spreekt de Eerste Kamer uit inzicht …
Lees verder