.

Doornroosje

Het risico dat kinderen lopen bij het spelen is reden om dingen niet te willen. Jan Ooms vertelde bij het platform Ruimte voor de Jeugd dat hij zo veel beperkingen kreeg bij ontwerpen van schoolpleinen en buitenruimte kinderopvang, dat hij het eng vindt. Geen gras “want dat kan je in je mond steken”, geen modder “want dan worden kinderen nat – dus ziek”, geen schommel “dan krijgen ze ruzie wie er op mag”.

Met die insteek vallen kinderen nooit uit een boom, in de modderplas en krijgen ze nooit ruzie. Misschien goed bedoeld voor de korte termijn. Maar als ze ouder zijn, hebben ze dan ooit leren klimmen, vallen, ruziemaken?

Spelen is leren ook omgaan met risico’s. Als je die niet kunt leren, hoe moet het dan als je (groter) voor het eerst er mee om moet gaan. Hadden de ouders van Doornroosje niet beter wel spinnewielen in het kasteel gelaten? Toen Doornroosje er voor het eerst een zag, toen prikte ze zich gelijk (met alle gevolgen van dien).

Met Doornroosje liep het wel goed af. Ze werd gered door een prins. Maar hoe moet het als kinderen voor het eerst zelf naar school fietsen als ze naar de middelbare school gaan?

In Engeland mag maar een kwart van de kinderen zelf lopend naar de lagere school. In Duitsland driekwart. Het ligt niet aan de tijd, het moderne leven. Tim Gill heeft daarin helemaal gelijk.

Misschien moeten we de risico’s van het gedrag van de ouders die het toch zo goed bedoelen, beter overdragen. Het uitsluiten van risico’s op korte termijn en het daardoor nemen van risico’s op lange termijn.

10 februari 2013

WordPress Lightbox