.

Innovatie en systeemverandering

“Een systeemverandering is meer dan een innovatie adapteren.” Dat lijkt de rode draad van afgelopen week. Willen we echte verandering bereiken (duurzame mobiliteit, een gezondere jeugd of grootser: een betere omgang met de aarde), dan is een paar nieuwe technieken inpassen onvoldoende. We moeten andere levenswijzen adapteren; een systeeminnovatie nastreven.

Het was afgelopen week een element waar ik over las voor college, en dat ik terugzag bij het geven van een masterclass en het denken over het belang van speelnatuur.

Tijdens de masterclass duurzame mobiliteit voor wethouders op woensdag 22 september ben ik ingegaan op een tweetal aspecten. Ten eerste is in de duurzame mobiliteit de volgende drieslag van belang: “avoid, shift, improve”. Dus: verminder of vermijd mobiliteit (thuiswerken of bv opklapbare containers); verander naar een meer duurzame vervoerswijze (van auto naar OV of elektrische fiets) en verbeter de voertuigen zelf (aardgasbussen, elektrische auto’s).
Ten tweede de verschillende beleidsinstrumenten: regels, geld en communicatie. Deze instrumenten kun je overigens inzetten om dingen te verhinderen/ontmoedigen of juist om ze te stimuleren. Je kunt niet-duurzame mobiliteit duurder maken of de duurzame variant subsidiëren bijvoorbeeld.

Vanuit dit algemene kader gaf ik verschillende suggesties en tips uit mijn eigen ervaring. Het belangrijkste is de verschillende opties te blijven bekijken vanuit het algemene doel en in relatie tot elkaar.  Als wethouder is je doel niet die ene nieuwe techniek toepassen, maar dat het bijdraagt aan een beter systeem; minder CO2, klimaatneutraal of grotere leefbaarheid. Dus je moet ook blijven kijken vanuit dat doel naar alle opties. Concreet: Wil je het mobiliteitssysteem aanpakken zodat het duurzamer wordt, vergeet dan niet in te zetten op een goed fietsbeleid terwijl je onder de indruk raakt door nieuwe techniek als de zonnewagen Nuna.

Donderdag was ik op bezoek in Amsterdam om alles te horen en zien over de ervaringen met speelnatuur. We stapten na het gesprek op de fiets en zagen de Jan Wolkerstuin en het woeste westen (http://www.woestewesten.nl/). Twee heel verschillende plekken, met daardoor ook een ander gebruik en effect.

In de Jan Wolkerstuin zagen we kinderen heerlijk van een heuveltje rollen en de waterpomp bedienen. De keukenkruiden riep gelijk het beeld op van zelf soep maken. Echt een plek tussen de huizen die dagelijks gebruikt kan worden.

Het woeste westen is een plek om naar toe te fietsen, het ligt in de noordwesthoek van het westerpark. Heel leuk dat er ook een klein huisje is waar je (op de tijden dat de beheerder er is)  limonade kunt kopen en naar de wc gaan. Je kunt er heerlijk ravotten zagen we aan de aanwezige kinderen.

Heeft de aandacht en komst van natuurspeeltuinen een relatie met systeemverandering of is het gewoon een nieuw buitenspeelconcept (een innovatie)? Ik denk dat de verschillende plekken passen in de systeemverandering die nagestreefd wordt.
Kinderen bewegen te weinig en hebben, in vergelijking met vroeger, minder contact met de natuur. Dat maakt dat kinderen ongezonder zijn dan gewenst. Buitenspelen op plekken waar je vies mag worden moet allereerst kunnen.

Daarvoor moeten gemeenten (of in Amsterdam de stadsdelen) allereerst goede plekken inrichten en beheren. Wij, als bewoners, moeten vervolgens anders handelen: een systeemtransistie of systeeminnovatie meehelpen ontstaan. Of zoals ik las voor college in een artikel van Jan Rotmans ea over transition management “It says that you must aim for both system optimization and system innovation. They are not mutually exclusive: cleaner cars can go hand-in-hand with innovative public transport systems. System improvements may thus act as a stepping stone for system innovation.”

27 september 2010

WordPress Lightbox